een vergrootglas als icoon voor de zoekknop

groene wijk

Sanda zit op het kunstobject bij de ‘stadsklimaatboom’ op het Graaf Ottoplein.

foto: Anne Vogel Photography

10 juli 2020 | klimaat - Openbare ruimte - wijkkrant

Landschapsprofessor met wortels in de wijk

Door Leendert Douma

Wie wist dat de eerste vrouwelijke hoogleraar in de landschapsarchitectuur in Nederland gewoon in onze wijk woont?… Je had het misschien wel kúnnen weten, want Sanda Lenzholzer – die in februari is benoemd als hoogleraar aan de universiteit van Wageningen – doet veel voor Sint Marten Sonsbeek. Zo was ze als bewoonster nauw betrokken bij de herinrichting van het Staringplein, met haar studenten ontwierp ze de gezamenlijke tuin van Sint Martens Hof – de klushuizen aan de Hommelseweg en Nijhoffstraat – en ze schonk het Graaf Ottoplein een stadsklimaatboom. En in haar schaarse vrije tijd tuiniert ze in haar volkstuintje aan de Cattepoelseweg.

Sanda Lenzholzer komt uit de buurt van Keulen in Duitsland. Ze was altijd al gefascineerd door steden en landschappen en ging daarom landschapsarchitectuur studeren in Hannover. “Ik wilde de wereld verbeteren, en dit leek me een goede manier”, zo blikt ze nu terug. Ze was zeer succesvol. Lenzholzer volgde een tweede masteropleiding bij de prestigieuze AA School of Architecture in Londen en werkte onder andere bij architectenbureau Mecanoo. Omdat ze meer verdieping zocht, kwam ze in 2004 bij Wageningen University terecht. “Ik wilde graag stedelijker wonen dan Wageningen, dus zocht ik wat in Arnhem”, zegt Sanda. “Het liefst een bovenwoning met uitzicht naar twee kanten, dichtbij het centrum en vlakbij de natuur. Ik werd meteen verliefd op het Staringplein en daar ben ik gebleven.”

Simpele oplossingen

Het Staringplein was altijd al een gezellig plein, maar wel een beetje vervallen en vies – de zandbak onder de schommel werd bijvoorbeeld fanatiek gebruikt als kattenbak. Bewoners besloten het plein zelf aan te pakken volgens een plan van buurman Jan Tenback van BJT architecten. Sanda hielp met adviezen. “We begonnen heel simpel en klein, met een bankje onder de boom. We hebben heel veel zelf aangelegd.” Eigenlijk is dat precies hoe zij haar vak ook ziet. “Niet chique of fancy, maar gewoon goed nadenken over simpele oplossingen. Zo ontstaan plekken waar bewoners zich goed voelen.”

Stadsklimaatboom

Zo denkt ze ook over het onderwerp waarop ze promoveerde: het klimaat in de stad en hoe je dat kunt verbeteren. Sanda Lenzholzer: “Dat gaat bijvoorbeeld om hitte of wind. Een aangenaam microklimaat – niet alleen binnen, maar ook buiten – is eigenlijk een basisbehoefte, maar er is in Nederland niet veel aandacht voor geweest. Dat komt omdat het onzichtbaar is, vermoed ik. En daarom kunnen ruimtelijke ontwerpers er vaak niets mee. En toch: als het microklimaat niet goed is, dan ervaart je lichaam stress.”

Lenzholzer publiceerde in 2013 haar onderzoek tegelijk met veel praktische oplossingen, in het boek ‘Het weer in de stad’. Naar aanleiding van een presentatie voor de gemeente, mocht ze een jaar later de eerste stadsklimaatboom ter wereld planten. Het werd de jonge honingboom die nu met een kunstobject op het Graaf Ottoplein staat.

“Het gaat om beter nadenken hoe je met elkaar wilt samenleven”

Integraal aanpakken

Als hoogleraar kijkt zij nu breder naar wat er moet gebeuren in steden en op het platteland. “De energietransitie, CO2, hitte, water en wind, maar ook de digitalisering en de gevolgen van andere mobiliteit… er komt zoveel op ons af”, zegt Sanda. “We moeten daar goed over nadenken en dit integraal aanpakken. Alleen zo kunnen we voorkomen dat de straten straks twintig jaar lang open liggen.”

Ondertussen kunnen bewoners zelf ook heel veel doen, zo laat ze zien. Door bijvoorbeeld tegels uit je tuin te halen, bomen te planten, de gevel te vergroenen of regentonnen neer te zetten. Maar ook door met z’n allen te zorgen voor minder auto’s in de wijk. “Het gaat om beter nadenken hoe je met elkaar wilt samenleven”, zegt Sanda. “Misschien hebben we dat in deze coronatijd al een beetje geleerd.”

Wat Sanda door corona ook weer heeft gezien, is hoe prettig Arnhem is om in te wonen. “Veel mensen in de Randstad kregen tijdens de lock-down grote problemen. Gewoonweg omdat ze nergens naar buiten konden. Wij ervaarden dat veel minder heftig. Hier in Arnhem hoef je maar even te lopen of te fietsen en dan ben je al in het groen. Daar hebben we zo’n mazzel mee!”